Spaans Nederlands
agradable aangenaam
papa aardappel
acento (el) accent
tilde (la) ñ accent
apellido (el) achternaam
actor acteur
actriz actrice
dirección (el) y viajes adres en reizen
anuncio (el) advertentie
aviso (el) advertentie
abogado advocaat
afiche (el) affiche
cita (la) afspraak
distancia (la) afstand
agenda (la) agenda
aire acondicionado (el) airco
alcohol alcohol
alfabeto (el) alfabet
selva (la) del Amazonas Amazonewoud
otras cosas andere zaken
miedoso angstig
ancla (la) anker
respuesta (la) antwoord
arroba (la) @ apenstaartje
apartamento (el) appartement
abril april
acueducto (el) aquaduct
obrero / a arbeider
arquitecto architect
brazo (el) arm
pulsera (la) armband
el aroma aroma
agosto augustus
amo (el) del perro baas van de hond
bañera o tina (la) bad
cuarto de baño (el) badkamer
equipaje (el) bagage
panadería (la) bakker
panadero / a bakker
pelota (la) bal
bolígrafo (el) balpen
banco (el) bank
tarjeta de banco bankkaart
tarjeta de banco bankkaart
vascuence (el) Baskisch
cama (la) bed
empleado / a bediende
pierna (la) been
carnicería (la) beenhouwerij
oso (el) beer
beaterio (el) con beatas begijnhof met begijnen
saludo (el) begroeting
famoso por ... bekend voor …
piso de abajo beneden verdiep
cordillera (la) bergketen
Profesiones (el) Beroepen
avergonzado beschaamd
existencia (la) bestaan
cubiertos bestek
corredor de bolsa beursmakelaar
preocupado bezorgd
sujetador (el) bh
bidé (el) bidet
cerveza (la) bier
rincón (el) binnenhoek
patio (el) binnenkoer
oído (el) binnenoor binnenoor
cine (el) bioscoop
hoja (la) blad (boom)
hoja de papel blad (papier)
azul(es) blauw
alegre blij
contento blij
sangre (la) bloed
análisis de sangra bloedanalyse
tapioca bloem
flor(es) (la) bloem(en)
floristería (la) bloemenwinkel
coliflor bloemkool
blusa (la) blouse
libro (el) boek
estantería (la) boekenschap
librería (la) boekenwinkel
campesino boer
pena (la) boete
judiás boontjes
taladro (el) boor
barco (el) boot
platos (los) borden
bosque bos
huesos botten (maar ook pitten)
paseo (el) P°. boulevard
bomberos brandweer
bombero brandweerman
carta (la) brief
carta (la) brief
hermano/a broer / zus
pan (el) brood
bocadillo (el) broodje
cervezería (la) brouwerij
puente (el) brug
marrón(es) bruin
esquina (la) buitenhoek
escritorio (el) bureau
estudio (el) bureaukamer
silla para oficina (la) bureaustoel
estado civil (el) burgerlijke stand
parada de autobús (la) bushalte
mayordomo butler
vecino (el) buurman
camionero camionchauffeur
mar (el) caribe Caraïbische zee
casa rodante caravan
grabadora (la) cassettespeler
castellano (el) Castiliaans
catalán (el) Catalaans
céntimos (los) centiemen
chocolate (el) chocolademelk
el cigarro cigaar
el habano cigaar
el puro cigaar
cifra (la) cijfer
compañero (el) collega
complejo (el) complex
ordenador/computador (el) computer
día (el) dag
diario dagboek (dagelijks)
Días Dagen
techo (el) dak
extractor de aire (el) dampkap
las tripas darmen, maag
corbata (la) das
fecha datum
menor (el) de jongste
la gente = las gentes de mensen
mayor (el) de oudste
la Tierra de planeet
diciembre december
masa deeg
pensando denkende – aan 't denken
departamento (el) departement
postre dessert
detalle (el) detail, bijzaak
detective detective
puerta (la) deur
congelador (el) diepvries
animales dieren
lenguaje (el) animal dierentaal
gordo dik
cena (la) diner
martes dinsdag
doctor / a docter
doctor / a docter
tonto dom
Jueves donderdag
espinas (la) doornen
caja (la) doos
pueblo (el) dorp of volk
ducha (la) douche
Bebida Drank
pena droefheid
seco droog
droga (la) drugs
doble cristal dubbel glas
delgado dun
caro duur
cuero puro echt leder
marido (el) echtgenoot
esposo/a echtgenoot / echtgenote
mujer (la) echtgenote / vrouw
rubio een blondine
moreno een brunette
un litro y medio een liter en een half
pato (el) eend
gemelos / gemelas eeneiige tweeling
solitario/a eenzaat
sincero eerlijk
comedor (el) eetkamer
una propiedad (ser) / un estado (estar) eigenschap /toestand
isla (la) eiland
cocina eléctrica (la) elektrisch kookvuur
correo electrónico (el) elektronisch adres
sobre (el) enveloppe
herencia (la) erfenis
serio ernstig
guisantes erwten
establecimiento etablissement
comida (la) eten
Familia (la) Familie
parentesco familieband
farmacia (la) farmacie
febrero februari
hecho (el) feit
gimnasio fitness
botella (la) fles
flauta (la) fluit
frecuencia (la) frequentie
patatas fritas (las) frieten
frutas (las) fruit
zumo (el) fruitsap
frutería (la) fruitwinkel
funcionario functionaris
gallego (el) Galicisch
garaje (el) garage
camarones garnalen
cocina de gas (la) gasvuur
agujero (el) gat
gesto (el) gebaar
suceso gebeurtenis
roto gebroken
uso (el) gebruik
especias gedroogde kruiden
paciencia (la) geduld
amarillo geel
dato (el) gegeven
secreto (el) geheim
huevo cosido gekookt ei
piso de abajo (el) gelijkvloers
primer piso gelijkvloers
primer piso gelijkvloers
suerte geluk
feliz gelukkig
marinado gemarineerd
municipio (el) gemeente
estado de animo (el) gemoedstoestand
medicina (la) geneeskunde
regalo (el) geschenk
genero geslacht
cerrado gesloten (caracter)
charla (la) gesprek
testigo/a getuige
el olor geur
peligro (el) gevaar
prisión (el) gevangenis
sensibile (insensibile) gevoelig (ongevoelig)
costumbre gewoonte
guía (la) gids
jirafa (la) giraf
guitarra (la) gitaar
vaso (el) glas
jarra (la) glas met oor
copa (la) glas met voet
angula(s) (las) glasaal (glasalen)
dios (el) / diosa (la) god / godin
bien comunicado goed gelegen
barato goedkoop
jugador de golf golfspeler
goma (el) gom
fregadero (el) gootsteen
cortina (la) gordijn
oro goud
granada (la) granaatappel
broma (la) grap, poets
gracioso grappig
gratis gratis
gris(es) grijs
verde groen
verduras (las) groenten
tierra (la) grond
grande groot
abuelo/a grootvader / grootmoeder
supermercado grootwarenhuis
gran plaza grote markt
vestíbulo (el) hall
cuello (el) hals
media ración (la) halve portie
mano (la) hand
guante (el) handschoen
bolso (el) handtas
firma handtekening
artesanía (la) handwerk
puerto (el) haven
avena (la) haver
delicioso heel lekker, delicieus
caluroso heet, warm
sagrado heilig
mitad (la) helft
camisa (la) hemd
mesones herberg
otoño herfst
noticias (las) het nieuws
esquí (el) het skiën
edificios históricos historische gebouwen
casco antiguo (el) historische kern
sombrero (el) hoed
perro (el) hond
miel honing
cabeza (la) hoofd
almohada (la) hoofdkussen
capital (la) hoofdstad
unidad (la) hoofdstuk
alto hoog / luid
reloj (el) horloge
reloj (el) horloge
relojería (la) horloge winkel
el dueño del hotel hoteleigenaar
madera hout
carbón houtskool, snoep
hipócrita huichelaar, hypocriet
casa (la) huis
tareas domesticas huishoudelijke taken
ama de casa huisvrouw
matrimonio (el) huwelijk
noche de bodas huwelijksnacht
luna de miel huwelijksreis
luna de miel (la) huwelijksreis
carné de identidad (el) identiteitskaart
indio (el) indiaan
información (el) informatie
información (el) informatie
casual informeel
armario empotrado (el) ingebouwde kast
las visceras ingewanden
inauguración inhuldiging
inyección injectie
entrada (la) inkom
entonación (el) intonatie
influencia invloed
estaciones jaargetijden
envidioso jaloers
celoso jaloers, bezitterig
celos jaloezie
enero januari
chaqueta (la) jas, vest
vaquero jeans
joven jong
población judía (la) joodse bevolking
Señorita Srta. juffrouw
julio juli
junio juni
vestido (el) jurk
mapa (el) kaart
tarjeta (la) kaart
tarjeta (la) kaart
cuadro (el) kader
caca (la) kak
mierda (la) kak
peine (el) kam
cuarto (el) kamer
habitación (el) kamer
habitación (la) kamer
manzanilla kamille thee
encaje (el) kant(werk)
caravana (en) karavaan
armario (el) kast
castillo (el) kasteel
gato (el) kat
catedral (la) kathedraal
gata (la) kattin
garganta (la) keel
sótano (el) kelder
iglesia (la) kerk
nochebuena (la) kerstavond
tarjeta de navidad kerstkaart
villancicos kerstliedjes
navidad Kerstmis
pesebre (el) kerststal
cocina (la) keuken
muelas kiezen
niño/a kind
ayudante de guardería kinderopvangster
gallina (la) kip
pollo (asado) kip (gebraden)
queja (la) klacht
ropa (la) kleding
vestidos kledingstukken
bajo / pequeño klein
detalle (el) kleinigheid
tapa (la) kleinigheid
nieto/a kleinzoon / kleindochter
campanada klokgeluid
guapo knap
vaca (la) koe
galleta (la) koekje
cu-cu (el) koekoek
frigorífico (el) koelkast
nevera (la) koelkast
refrigerador (el) koelkast
café (el) koffie
bollo (el) koffiekoek
cocinero / a kok / kokkin
columna (la) kolom
pepino komkommer
pepino (el) komkommer
conejo (el) konijn
rey (el) / reina (la) koning / konigin
olla (la) kookpan
pareja (la) koppel
guión - koppelteken
breve kort, bondig
frió/caliente koud/warm
frío (el) koude
primo/a kozijn / nicht
periódico (el) krant
quiosco (el) krantenwinkel
cruz (la) kruis
cruce (el) kruispunt
crucigrama (la) kruiswoordraadsel
mujer de la limpieza kuisvrouw
enfadado kwaad
cuestión (el) kwestie
avenida (la) Avda. laan
hazmerreír (el) lachertje
cobarde laf
lampara (la) lamp
cordero lamsvlees
país (el) land
agricultura (la) landbouw
agricultor landbouwer
paisaje (el) landschap
ruido (el) lawaai
edad leeftijd
vacio leeg
profesor / a leerkracht
alumno (el) leerling
feo lelijk
primavera lente
cuchara (la) lepel
cucharilla (la) lepeltje
letra (la) letter
silabas lettergrepen
mentira (la) leugen
mentiroso leugenachtig (leugenaar)
lindo / bonito leuk
hígado (el) lever
Cuerpo humano Lichaam
miembro (el) lid
miembro (el) lid
ascensor (el) lift
tenia (la) lintworm
ajo (el) look
aire (el) lucht
vago lui
almuerzo (el) lunch, middagmaal
estómago (el) maag
luna (la) maan
mes(es) (el) maand(en)
Lunes maandag
marzo maart
talla / tamaño maat
hombre (el) man
mandioca manioc
yuca manioc plant
masculina mannelijk
masaje massage
colchón (el) matras
consonante (el) medeklinker
lago (el) meer
maestro / a meester / juffrouw
mayo mei
leche (la) melk
yegua (la) merrie
cuchillo (el) mes
albañil metser
muebles (los) meubelen
ebanista meubelmaker
Señora Sra. mevrouw + achternaam
Doña mevrouw + voornaam
Edad Media Middeleeuwen
mar mediterráneo middellandse zee
Señor Sr. mijnheer + achternaam
Don mijnheer + voornaam
medio ambiente milieu
moderno modern
cansado moe
madre (la) moeder
valiente moedig, dapper
boca (la) mond
majo mooi, knap
chiste (el) mop
mejillones mosselen
mostaza mosterd
moto (la) moto
mosquito (el) mug
ratón (el) muis
museo (el) museum
gorro (el) muts
muro (el) muur
banda (la) muziekband
músico muzikant
nombre (el) naam
noche (la) nacht
tarde (la) namiddag
húmedo nat
mojado nat
sobrino/a neef / nicht
nuca (la) nek
nervioso nerveus
los riñones nieren
noticia (la) nieuws
turrones noega
noviembre november
matiz nuance
numero (el) n°. nummer
camarero / a ober, serveerster
camarero / a ober, serveerster
octubre october
ostras oesters
momento (el) ogenblik, moment
rato (el) ogenblik, moment
aceite (el) olie
tortilla omelet
calzoncillos (los) onderbroeken
empresario ondernemer
enseñanza (la) onderwijs
lamentable ongelukkig
antipático onsympathiek
madre de acogida onthaalmoeder
inseguro onzeker
ojo (el) oog
tío/a oom / tante
oreja (la) oor
guerra (la) oorlog
frente (el) oorlogsfront
abierto open (caracter)
opera (la) opera
cacique (el) opperhoofd
almacén opslagplaats
óptica (la) optiek
optimista optimistisch
educador / a opvoeder
naranja oranje
orejas oren
viejo oud
antiguo oud (antiek)
gallina (para sopa) oude kip
nochevieja (la) oudejaarsavond
padres ouders
caballo (el) paard
morado paars
traje (el) pak, kostuum
papilla (la) pap
papel papier
papelería (la) papierwinkel
pimentón paprika
parque (el) park
aparcamiento (el) parking
pascua Pasen
probadores (los) paskamers
pasaporte (el) paspoort
pasaporte (el) paspoort
empanada pastei
paciente patient
pausa (la) pauze
pera (la) peer
pimienta peper
gorra (la) pet
perejil peterselie
dolor (el) pijn
pingüino (el) pinguïn
lugar plaats
cupo (el) plaats (bij inschrijving)
plano (el) plan (huis)
planes (el plan) plannen
planta (la) plant
bolsa (la) plastiek zak
campo (el) platteland, veld
plaza (la) Pza. plein
más + plus
muñeca (la) pols (maar ook pop)
cartera (la) portefeuille
cartera (la) portefeuille
ración (la) portie
código postal (el) postcode
postal (la) postkaart
tarjeta postal postkaart
sello (el) postzegel
lápiz potlood
logro (el) prestatie
programa (el) programma
provincia (la) provincie
ciruela pruim
punto (el) . punt
radio (la) radio
rata (la) rat
crudo rauw
agencia de viajes reisbureau
cuenta (la) rekening
corredor renner, loper
resto (el) rest
ron (el) rhum
carné de conducir (el) rijbewijs
río (el) rivier
repollo morado rode kool
falda (la) rok
novela (la) roman
rojo rood
glorieta (la) Gta. rotonde
rotonda (la) rotonde
espalda (la) rug
espalda (la) rug
mochila (la) rugzak
tranquilo rustig, kalm
aburrido saai
azafrán safraan
ensalada salade
salón (el) salon
jugoso sappig
salsa (la) saus, salsa (dans)
vergüenza schaamte
tijeras (las) schaar
cariñoso schattig, vriendelijk
navajas scheermessen (schelpen)
concha (la) schelp, slakkenhuis
almejas schelpen
berberechos schelpen (kokkels)
pintura (la) schilderij
nave (la) spacial schip, ruimteschip
zapatero / a schoenmaker
cuñado/a schoonbroer / schoonzus
hija política schoondochter
nuera schoondochter
suegro/a schoonvader / schoonmoeder
yerno schoonzoon
chimenea (la) schoorsteen
hombro (el) schouder
clamor(es) (el) schreeuw, geschreeuw
cuaderno (el) schrift
escritor schrijver
asustada schrik
septiembre september
cigarro (el) sigaar
cigarrillo (el) sigaret
vieiras Sint Jacob schelpen
bufanda (la) sjaal
lechuga sla
dormitorio (el) slaapkamer
carnicero / a slager
mal slecht
llave (la) sleutel
inteligente slim
bragas (las) slipjes
el sabor smaak
gusto (el) smaak
sabroso smakelijk
estrecho smal
rebanada (la) de pan snede brood
caldo soep, bouillon
sofá (el) sofa
calcetín(es) sok
idioma o lengua (la) español spaanse taal
lengua (la) español spaanse taal
condimentos specerijen, smaakmakers
spectacular spectaculair
espejo (el) spiegel
huevo a la plancha spiegelei
lástima spijt
araña (la) spin
deporte sport
deporte (el) sport
los programma deportivos sportprogramma's
saltamontes (el) sprinkhaan
cuento de hades sprookje
coles de Brusselas spruiten
rabo (el) staart
ciudad (la) stad
mapa (el) stadskaart
sartén (la) steelpan
piedra (la) steen
fuerte sterk
toro (el) – torito stier – kleine stier
océano pacifico stille oceaan
silla (la) stoel
aspiradora (la) stofzuiger
merluza stokvis
tapa (la) stopsel
calle (el) C / straat
exterior (el) straatkant
estrés stress
rígido strikt
estudiante student
obra (la) stuk (toneel, muziek)
azafata stuwardess
azafata stuwardess
éxito succes
sugerencia (la) suggestie
azúcar (el) suiker
simpático sympathiek
síntomas symptomen
camiseta (la) T-shirt
tarea taak
lengua (la) taal
tarta (la) taart
estanco (el) tabak/postzegel winkel
recuadro (el) tabel
mesa (la) tafel
deberes taken, huiswerk
dientes tanden
taza (la) tas, kopje
dedo del pie teen
signo (el) teken
dibujo (el) tekening
numero teléfono (el) telefoonnummer
televisión televisie
temperamental temperamentvol
exposición tentoonstelling
terraza (la) terras
satisfecho tevreden
té (el) thee
tema (el) thema
termómetro thermometer
tomillo (el) thijm
época (la) tijd, periode
revista (la) tijdschrift
carpintero / a timmerman
turista toerist / toeriste
turista toerist / toeriste
servicios (los) toilet
tomate (el) tomaat
lengua (la) tong
trabalenguas (el) tongbreker
atún (el) tonijn
torre (el) toren
torneo (el) tornooi
escalera (la) trap trap
diéresis (el) ¨ trema
triste tristig
orgulloso trots, hoogmoedig
fiel trouw
Jersey (el) trui
jardin (el) tuin
jardinero tuinman
escala (la) tussenstop
telenovela (la) tv-serie
televisor tv-toestel
diptongo tweeklank
mellizos / mellizas tweeling
comida típica typisch eten
salida (la) uitgang
excremento (el) uitwerpsel
raya (la) _ underscore
florero (el) vaas
jarrón (el) vaas
lavaplatos (el) vaatwasser
lavavajillas (el) vaatwasser
padre (el) vader
maleta (la) valies
valle (el) vallei
cerdo varkensvlees
ganadería (la) veeteelt
ventana (la) venster
responsable verantwoordelijk
sorpreso verbaasd
piso (el) verdieping
piso (el) verdieping
maldito verdomde
cuento verhaal
semáforo (el) verkeerslichten
atasco (el) verkeersopstopping
vendedor / a verkoper
resfriado verkouden
novio/a verloofde
enfermero / a verpleger
prismáticos (los) verrekijker
herbes frescas verse kruiden
informe (el) verslag
representante vertegenwoordiger
calefacción (la) verwarming
caldera (la) verwarmingsketel
grasa vet
dedo de la mano vinger
dedo (el) vinger of teen
pescado vis (dood)
pez (peces) vis (levend)
pesca visvangst
pescadería viswinkel
vitaminas vitamines
Flamenco/a Vlaming
Flamenco/a Vlaming
carne (el) vlees
mosca (la) vlieg
aeropuerto (el) vlieghaven
avión (el) vliegtuig
vuelo (el) vlucht
refugiados vluchtelingen
jugador de fútbol voetballer
pájaro (el) vogel
lleno vol
frente (la) voorhoofd
alacena (la) voorraadkast
tenedor (el) vork
pregunta (la) vraag
amigo (el) vriend
amistad (la) vriendschap
viernes vrijdag
soltero/a vrijgezel
femenina vrouwelijk
cubo de basura (el) vuilbak
fuego (el) vuur
verdad (la) waaarheid
abanico (el) waaier
valor (el) waarde
pared (la) wand
lavadora (la) wasmachine
aqua (el) water
aguado waterig
catarata(s) watervallen
inodoro (el) WC pot
viudo/a weduwnaar / weduwe
carretera (la) weg
deseos (el deseo) wensen
mundo (el) wereld
trabajador werkman
ley (la) wet
ciclista wielrenner
barrio (el) wijk
vino (el) wijn
silvestre wild (in de natuur)
viento (el) wind
almacene winkel
tienda winkel
invierno winter
blanco wit
endibia witloof
miércoles woensdag
desierto (el) woestijn
desértico woestijnachtig
palabra (la) woord
diccionario (el) woordenboek
discusión (el) woordenwisseling (ruzie)
salchichas worsten
cosa (la) zaak
bolsillo (el) zak (kledij) zak (kledij)
bolsita (la) zakje
cantante zanger / zangeres
borracho zat, dronken
sábado zaterdag
jabón (el) zeep
mareo (el) zeeziekte
seguro zeker
independiente zelfstandige
sillón (el) zetel
enfermo ziek
enfermedad(es) ziekte(s)
plata zilver
frase (el) zin
asiento (el) zitplaats
desván (el) zolder
ático (el) At. zolderkamer
verano zomer
sol (el) zon
Domingo zondag
girasol (el) zonnebloem
eclipse de sol (el) zonsverduistering
hijo/a zoon / dochter
sal zout
negro zwart
piscina (la) zwembad
nadador zwemmer / zwemster